A.F.Th. van der Heijden heeft met ‘Het schervengericht’ zijn tweede AKO Literatuurprijs gewonnen.
Een ruzie met Arnon Grunberg beheerste vooraf de berichtgeving.
Fragment uit Het schervengericht
Zaterdag 28 januari, 1978
De kapel was niet afgesloten. Niemand binnen, behalve een kleine vogel die met bloedende snavel tegen de ramen opvloog, totdat hij gebruikmaakte van de door Remo opengehouden deur om verblind het augustuslicht in te fladderen. De bestorven lucht van gedoofde kaarsen sloeg hem op de keel, en het was alsof hij kon proeven dat ze van toen waren – alsof ze in de tussenliggende acht jaar nooit ververst zouden zijn. Hij vond de plaats terug waar hij naast zijn schoonmoeder had gezeten, en ging er ook nu zitten, met het bloemboeket over zijn knieën. De baar waarop de zilveren kist had gestaan, bleek een kaal geraamte, zo zonder zwartfluwelen mantel. Dwars eroverheen lagen twee bezems, een dekzwabber, een trekker en een ragebol uitgestald. Emmers stonden eronder.
De enige Vlaamse genomineerde, Dimitri Verhulst, greep met zijn mooie novelle ‘Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ naast de prijzen. Jammer…

