Mussen
Dapper strijen de mussen tussen
‘t hout, dat op de bomen staat;
eer ze, legsgezinden, vinden
elke musse heur medemaat.
Neerstig dan aan ‘t nesten vesten,
zijn ze, en met hun vogeltee’n
doen ze haarkes, hooikes, strooikes
tot een keurig nestje ineen.
t Wiegske klaar, zo vallen ze allen stille;
en, na geen lang verbei,
thuisgebrocht van aver taver,
ligt in eiken nest een ei.
Nog een, nog een, nog een…
och een mussennest halfvol, zo ‘k zie;
en dat worden mussen, tussen
hier en nog een weke of drie.
-GUIDO GEZELLE
Aver taver: zoals van voorouder tot voorouder.
Filed under: Natuur, Poëzie | Tagged: Guido Gezelle, mussen




Mooi !
Het is al een maand dat ik de Merels zie ‘verzamelen’. Was dat niet vroeg ?
Alles is vroeg dit jaar, de bloemen, de vogels… zelfs Pasen
Mooi toch die gedichten van Gezelle. Wel soms moeilijk door de taal die gebruikt werd.
“en met hun vogeltee’n
doen ze haarkes, hooikes, strooikes
tot een keurig nestje ineen”
Sorry Guido, maar ‘t zijn hun vlugge bekskes die ze hiertoe aanwenden.

@zeezicht
Zelfs voor een West-Vlaming zitten daar al eens moeilijke woorden tussen omdat ze ondertussen in onbruik zijn geraakt!
@Menkc
We zullen het ‘den Guido’ maar vergeven hé….dichterlijke vrijheid en zo!