Een stiftdichter neemt een gedrukte tekst – bijvoorbeeld uit een krant of een tijdschrift – en pikt daar woorden uit die een gedicht vormen als je ze achter elkaar leest. Dan maakt hij de rest van het blad zwart met een dikke viltstift. Het resultaat van dat stiftdichten is een zwart vlak waarin nog maar enkele woorden een witte achtergrond hebben. Die vormen samen een stiftgedicht.
Bron: E-zine Taallink 228

