Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft.
(-Guido Gezelle)
Tagarchief: Guido Gezelle
Mei
April
De wei hergroent, ‘t hergroent al, in ‘t
verschiet; waar hier waar daar begint
de naakte grond bekleed te staan
met hope weer van gras en graan.
(-Guido Gezelle)
‘s Avonds
‘t Wordt al sterre dat men ziet
in dat hoog en blauw verschiet daar,
blijde sterren, anders niet,
in dat hoog en blauw verschiet.
‘t Wordt hier altijd al verdriet,
van dat oude zwart verdriet daar,
‘t wordt hier altijd anders niet
als dat oud en zwart verdriet.
Laat mij, laat mij, in ‘t verdriet,
vliegen naar dat hoog verschiet daar,
waar men al die sterren ziet,
al die sterren… anders niet.
Guido Gezelle 1860
Opgeslagen onder Poëzie
De Mussen van Gezelle
Mussen
Dapper strijen de mussen tussen
‘t hout, dat op de bomen staat;
eer ze, legsgezinden, vinden
elke musse heur medemaat.
Neerstig dan aan ‘t nesten vesten,
zijn ze, en met hun vogeltee’n
doen ze haarkes, hooikes, strooikes
tot een keurig nestje ineen.
t Wiegske klaar, zo vallen ze allen stille;
en, na geen lang verbei,
thuisgebrocht van aver taver,
ligt in eiken nest een ei.
Nog een, nog een, nog een…
och een mussennest halfvol, zo ‘k zie;
en dat worden mussen, tussen
hier en nog een weke of drie.
-GUIDO GEZELLE
Aver taver: zoals van voorouder tot voorouder.

