Het geschonden geweten – Laatste deel

Derde deel – Hoofdstuk 1
De priester geniet van een korte rust op de hacienda van mr. Lehr en zijn zuster, die zelf Lutheranen zijn.
De plaatselijke bevolking vraagt de priester om de mis op te dragen, biecht af te nemen en kinderen te dopen waarbij ze proberen af te pingelen op de prijs.
Een gewiekste zakenman slaagt erin cognac te verkopen aan de priester.
Het was een beangstigend gevoel, dat je zo gauw alles om je heen kon vergeten en terugkeren naar je zondige gewoontes; nog hoorde hij zijn eigen stem, zoals hij daarnet op straat had gesproken (…) volslagen onveranderd ondanks zijn doodzonde en zijn gebrek aan berouw en zijn desertie. Toen hij dacht aan zijn eigen verdorvenheid, kreeg de cognac een nare smaak in zijn mond. Lafheid en wellust zou God misschiel wel willen vergeven, maar was het mogelijk vergiffenis te krijgen voor gehuichelde vroomheid?

Hij voelde een brandende afgunst op al die mensen die bij hem gebiecht hadden en absolutie hadden gekregen. Over zes dagen, zei hij tegen zichzelf (…) zal ik ook… Maar hij geloofde niet dat er ergens iemand te vinden was die hem van zijn droefenis kon verlossen. Zelfs als hij dronk, voelde hij dat hij door zijn liefde aan zijn zonde was gekluisterd. Van haat kon je je gemakkelijker bevrijden.

Wanneer hij op het punt staat om verder naar het zuiden te reizen, duikt de verraderlijke halfbloed weer op en vraagt de priester terug te keren om de stervende gringo bij te staan. De priester beseft dat hij daarmee zijn eigen doodsvonnis tekent. Hij zit als een rat in de val…

Hoofdstuk 2
Op de terugweg op zoek naar de gewonde gringo verspreekt de halfbloed zich en wordt het de priester duidelijk dat er geen ontkomen meer aan is. Hij beseft dat de politie hem zal oppakken. De priester probeert wanhopig de biecht te horen van de gringo maar die wil alleen maar dat de priester de biezen neemt en zijn eigen hachje redt. Na de dood van de moordenaar wordt de priester opgepakt door de luitenant.

Hoofdstuk 3
Terwijl ze schuilen voor een onweer komt er tussen de priester en de luitenant een discussie op gang over religie en politiek.

‘Wij houden er ook denkbeelden op na’, zei de luitenant. ‘Geen geld meer wegsmijten voor het opzeggen van gebeden. Geen geld wegsmijten voor het bouwen van huizen, waarin ze gebeden opzeggen. In plaats daarvan zullen we de mensen te eten geven; we zullen hun leren lezen en hun boeken geven. We zullen er voor zorgen dat ze niet meer lijden’.
‘Maar als ze zelf willen lijden?’
‘Iemand kan wel een vrouw willen verkrachten. Moeten we dat dan maar toestaan, omdat hij het graag wil? Lijden is iets verkeerds’.
‘En zelf lijdt u aan één stuk door’, merkte de priester op en hij keek naar het verbitterde indianengezicht aan de andere kant van de kaarsvlam.

‘U bent geen kwaad type. Als er soms iets is wat ik voor u kan doen…’
‘Als u me toestemming zou willen geven om te biechten…’

Hoofdstuk 4
Padre José weigert om de biecht van de priester te horen – uit angst voor een valstrik en ook omdat zijn vrouw het hem verbiedt. De luitenant brengt de priester het slechte nieuws en ook een fles cognac om de lange nacht voor zijn executie door te komen. Tot in de vroege uurtjes overloopt hij zijn leven als priester en vindt zichzelf onwaardig en een mislukkeling.

Hij liet zijn hoofd tussen zijn knieën zinken; hij zag er uit alsof hij alle hoop had opgegeven en zelf door iedereen opgegeven was.

Hij voelde alleen maar een eindeloze teleurstelling, omdat hij God met lege handen tegemoet moest treden, zonder iets gepresteerd te hebben (…) Hij voelde zich als iemand die enkele seconden te laat op een afgesproken plaats is gekomen en daarmee zijn kans op geluk voor altijd heeft verspeeld. Hij wist nu, dat er ten langen leste maar één ding was waarop het aankwam: een heilige te zijn.

Vierde deel
In het laatste deel worden de personages van het eerste deel weer opgevoerd waarbij opvalt dat ze belangrijke beslissingen hebben genomen na de executie van de priester.
De Fellows vertrekken weer naar Engeland nu hun dochtertje Coral overleden is. Tench – die de zieke tanden van de jefe verzorgt – is getuige van de executie van de priester, waardoor hij besluit definitief te vertrekken. In het huis van de vrouw die haar kinderen stichtende verhalen voorleest en die de priester vroeger nog geholpen heeft, klopt een vreemdeling aan die zegt dat hij een priester is. De vroeger onverschillige en opstandige zoon heet hem welkom en kust zijn hand.

Einde.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, Citaten, Klassiekers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s