Ik blijf maar denken dat dit niet gebeurd is…

Sproetenkoppen/Hugo Hamilton – Hoofdstukken 21-30

Jack – vader Hamilton gaat héél ver in zijn fanatisme. Hij straft zijn kinderen als ze staan te kijken naar kinderen die in het ‘Engels’ spelen. Kandidaat-vriendjes worden door de vader ondervraagd over hun kennis van de Ierse taal. Wie geen Iers spreekt komt er niet in… Er wordt niet geluisterd naar Engelse liedjes op de radio en dat geldt voor iedereen in huis.

Moeder Irmgard krijgt weer heimwee naar Duitsland. Onkel Ted, de Jezuiet en broer van Jack, stuurt haar Duitse boeken en Duitse krantenartikelen:

Hij schreef haar ook lange brieven in het Duits en zij schreef brieven terug, maar mijn vader zei dat dat afgelopen moest zijn, want hij wilde niet dat Onkel Ted haar beste vriend was, alleen hijzelf. Hij wilde niet dat iemand meer over Duitsland wist of meer boeken las dan hij.

Het gezin Hamilton gaat voor enkele weken naar Duitsland op bezoek bij de zussen van moeder Irmgard. Daar wordt heel wat gediscussieerd over politiek, over Britten, Ieren en Duitsers:

Ze zeiden dat Ierse mensen heel vriendelijk en vrijgevig waren, maar mijn vader zei dat dat kwam doordat ze niet wisten hoe ze iets moesten bezitten en geen geld in hun zak konden houden. Hoe armer je was, hoe vrijgeviger je was, zei hij. Ierse mensen waren zo bang om arm te zijn dat ze al hun geld uitgaven, terwijl Duitse mensen zo bang waren om arm te zijn dat ze elke cent spaarden.

De broertjes Hamilton worden regelmatig lastig gevallen door andere jongens die hen uitmaken voor moffen, nazi’s of Eichmann. Er vallen soms rake klappen. Op een dag kon Franz niet ontkomen en kwam thuis met bloed op zijn gezicht:

Ze (de moeder) pakte wat chocola van het rek om alles beter te maken. Ze zei dat het goed was dat we niet terugvochten want wij zijn geen vuistmensen. Wij zijn de woordmensen en op een dag zullen we ze overhalen. Op een dag zal de zwijgende ontkenning iedereen overhalen.
Toen mijn vader thuiskwam was hij erg kwaad, want niemand mag Franz slaan behalve hij…

Johannes wordt opstandig en is het beu om bij de ‘woordmensen’ te horen. Hij maakt speelgoed stuk, gooit met stenen naar de katten en op een dag gooit hij zelfs een stoel naar zijn moeder. Hij wil bij de vuistmensen horen omdat het saai is om braaf te zijn.
Ondertussen heeft vader Hamilton weer een nieuwe bijverdienste bedacht: bijen houden!

Daarna probeerden we zo Iers mogelijk te zijn.

Franz en Johannes worden voor 3 maanden naar Connemara gestuurd voor een Iers taalbad. Daarna worden ze op een Ierse school geplaatst bij de broeders in Dublin.
Maar dan barst de bom als uitkomt dat Jack in zijn nationalistische ijver stukken heeft geschreven tegen de joden in Ierland:

Daarna was mijn moeder heel erg overstuur en ze deed niet eens de afwas. Ze gebruikte de hele tijd de zwijgende ontkenning. Ze zei tegen Bríd (ondertussen zijn er al 6 kinderen) dat ze terug naar Duitsland ging. Ze zei dat ze haar koffers ging pakken en Bríd zou meenemen naar een plaats waar ze adem kon halen.
Daarna werd er in huis een hoop met de deuren gesmeten.

Ondertussen gebeurt er van alles in de wereld: de Praagse lente, de oorlog in Vietnam, de moord op Martin Luther King. En nu willen ze in Noord-Ierland ook burgerrechten. Nu staat het dagboek van moeder vol foto’s van Russische troepen in Tsjechoslowakije en Britse troepen in Ierland en Amerikaanse troepen in Vietnam:

Mijn moeder zegt dat het niet te geloven is dat ze denken dat ze op die manier mensen de mond kunnen snoeren. Mensen met heimwee dragen een koffer vol woede met zich mee. En dat is het gevaarlijkste ter wereld, koffers vol hulpeloze, verdrietige woede.

Johannes rebelleert van langs om meer en de animositeit tussen vader en zoon laait hoog op. Op zekere dag krijgt Johannes door zijn vader een schotel warme Apfelkompot over zijn hoofd gekieperd:

Maar ik glimlachte, omdat ik wist dat mijn vader de taalstrijd aan het verliezen was. Mijn moeder ruimde alles op en probeerde niet te lachen (…) Maar later zei ze tegen me dat je mensen nooit de hoek in moet drijven. Ze zegt dat er te veel ruzie bij ons thuis is en hoe kan er nu ooit vrede in Ierland komen als wij zo doorgaan?

Johannes loopt weg van huis met een jongen van school en ze brengen de nacht door als daklozen. Daarna laait de woordentwist en de woede weer hoog op. Moeder Irmgard tracht op alle mogelijke manieren de vrede te bewaren maar Johannes blijft tegendraads en aanvaardt het tirannieke gezag van zijn vader niet meer. Op een dag gaat Jack zijn zoon Johannes met zijn vuisten te lijf:

Mijn vader had de taalstrijd verloren en iedereen wist het (…) Hij zegt dat hij fouten gemaakt heeft. Het is niet makkelijk om te zeggen dat je verloren hebt, maar hij kwam op een dag naar me toe en schudde me de hand en zei dat hij wilde dat hij opnieuw kon beginnen want dan zou hij andere fouten maken. Soms is alles verkeerd als je verliest. Als je wint, is alles goed.

Wij zijn de brack-mensen en we hebben meer dan één aktetas. We hebben meer dan één taal en meer dan één geschiedenis. We slapen in het Duits en dromen in het Iers. We lachen in het Iers en we huilen in het Duits. We zwijgen in het Duits en we praten in het Engels. Wij zijn de sproetenkoppen.

Einde

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Engelstalige literatuur

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s