Het psalmenoproer – Maarten ’t Hart

9029564083.jpg
Maarten ’t Hart brengt in Het psalmenoproer, zijn eerste historische roman, een fascinerende en grotendeels vergeten periode uit de Nederlandse vaderlandse geschiedenis tot leven.

In de roman wordt het levensverhaal verteld van een kleine reder – Roemer Stroombreker – die in zijn leven één faux pas begaat, waardoor hij betrokken raakt bij het psalmenoproer, een opstand van `verpauperde luyden’ tegen `voorname meesters’. En passant wordt ook een scherp beeld geschetst van de neergang der beug- en haringvisserij, uitmondend in de historische audiëntie van Maassluise vissers bij Napoleon in oktober 1811.

In 1773 werd er in de gereformeerde kerken in Nederland ter vervanging van de eeuwenlang gezongen psalmberijming van Petrus Datheen een nieuwe berijming ingevoerd. Er was verzet, maar niet grootschalig. Anders werd dat toen men ook de wijze waarop de psalmen gezongen werden, wilde reformeren. Het was gebruikelijk de psalmen uiterst langzaam te vertolken; kerkgangers mochten zelf versieringen aanbrengen en vrijelijk uithalen toevoegen of eindnoten lang aanhouden. Deze zogenaamde lange zingtrant wilde men vervangen door een korte.
Overal in Nederland sloeg de vlam in de pan. Dominees werden met stoven bekogeld, kerkvoogden bedreigd. In Zeeland kwam het tot ernstige ongeregeldheden, maar de grootste psalmenoproeren deden zich voor in Vlaardingen en vooral in Maassluis. Uiteindelijk moest de baljuw van Delft er met een troepenmacht aan te pas komen om daar de orde te herstellen.
(tekst op de achterflap)

In de verantwoording zegt Maarten ’t Hart dat het zijn “streven was een documentaire roman te schrijven met een zo nauwgezet en accuraat mogelijk verslag van de gebeurtenissen in Maassluis in 1775 en 1776 en de jaren daarna.”
Het wilde bovendien een beeld schetsen van “het wel en vooral het wee der visserij” in die dagen. Daarom heeft hij in zijn roman hier en daar uitvoerig geciteerd uit bestaande bronnen. Vrijwel alle personen in deze roman zijn historische figuren waarvan de namen niet veranderd zijn.

Ofschoon het toenmalige nogal plechtstatige taalgebruik de leesbaarheid van zulke citaten niet bevordert, heb ik ervoor gekozen ze niet om te zetten in hedendaags Nederlands. Ze geven de sfeer van die tijd. Bovendien heb ik een groot zwak voor dat ouderwetse taalgebruik.

Omwille van het documentaire karakter van zijn roman is hij zo dicht mogelijk bij de deftige spreektaal van toen gebleven, met als gevolg een gezwollen proza met veel Franse uitdrukkingen erin.

Bij een eerste poging om het boek te lezen gaf ik er al vlug de brui aan – omwille van het taalgebruik. Na nog enkele lovende recensies gelezen en gehoord te hebben kon ik het niet laten nog een poging te wagen om alsnog de roman te lezen. En ik moet eerlijk toegeven dat het mij buitengewoon goed bevallen is – een van de betere boeken die ik in de afgelopen maanden gelezen heb. De taal en ook het verhaal hebben mij aangenaam verrast en bekoord.
Wil je weten wat hazengrauw, smuigerdje, prikkenbijter, buis en hoeker betekenen? Lees ‘Het psalmenoproer’ – maar dan met de driedelige Van Dale erbij!
Veel leesgenot…

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boeken, Geschiedenis, Nederlandse literatuur, Taal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s