Woord van de week – WINTERPRIK

De lange vriesperiode die we net achter de rug hebben, kunnen we moeilijk een winterprik noemen. We spreken wel van een winterprik als de winter kort maar hevig toeslaat.
Het woord is vergelijkbaar met speldenprik, dat figuurlijk gebruikt wordt om te verwijzen naar kleine vijandige handelingen. In Vlaanderen is het woord winterprik helemaal ingeburgerd; in Nederland maakt het opgang.

Bron: Taallink 164 e-zine
www.taaltelefoon.be

6 reacties

Opgeslagen onder Actueel, Taal, Taaltips

6 Reacties op “Woord van de week – WINTERPRIK

  1. Mijn handen prikten nochtans twee weken lang van de kou. Een winterspijkerbed dan maar?

  2. Een lange prik, was het. Een winterse veertiendaagse ?

  3. Ik vond het alvast heerlijk, dat we na de winterprikjes van de voorbije jaren eindelijk nog eens een echt gevoel van winter mochten beleven.

  4. voor mij was het vooral winter-ellende:))

  5. En ik ging verleden week achter mijn tweede ‘griep-prik’…(om qua gezondheid niet in de ‘prak’ te zitten…)šŸ˜‰

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s